Interview Michiel Nagtegaal in Advanced Photoshop magazine « Freelance Grafisch Vormgever, Illustrator, Copywriter – Senior Designer Michiel Nagtegaal – Copywriter Illustratie, webdesign, logo, huisstijl of grafisch ontwerp

Interview Michiel Nagtegaal in Advanced Photoshop magazine

advancedphotoshopmag

Op dinsdag 5 mei kwam allemaal erg mooi samen. De lancering van Designia als new and improved portfolio, en het Advanced Photoshop magazine dat in de winkels lag. Niet geheel toevallig natuurlijk. In het glossy blad is het interview terug te vinden dat de redactie met Steven Dijkshoorn, Harald Dunnink van Momkai en ondergetekende hield over creatieve portfolio’s.

Zo zie je maar dat het bijhouden van een blog je nog eens wat extra promotie kan opleveren. Naast promotie is het goed om te merken dat de visie op design die ik afgelopen 12 jaar zorgvuldig heb mogen opbouwen, ook op waarde wordt geschat.

Koop het Advanced Photoshop magazine in de winkel om het artikel te lezen of lees het interview hieronder:

Maak het perfecte portfolio
Door: Stéphanie de Geus van Advanced Photoshop Magazine

Een portfolio is een manier om de wereld te laten zien wie je bent. Maar hoe pak je dat nou het beste aan? Wat zijn de do’s en don’t’s? Wij zochten het voor je uit!

Met een portfolio kun je jezelf in de markt zetten. Het is één van de belangrijkste onderdelen van opzetten van je eigen freelance carriere. Dus is het belangrijk om te weten hoe een goed portfolio er eigenlijk uitziet.

Wow-factor
Ten eerste moet het de ‘wow’-factor hebben, meent grafisch ontwerper Steven Dijkshoorn (www.stevendijkshoorn.nl). “Het portfolio moet zorgen dat men positief over je gaat denken”. Ook art director en designer Michiel Nagtegaal (www.designia.nl) vindt de ‘wow’-factor hét belangrijkste aan een portfolio. Maar hoe zorg je ervoor dat jouw portfolio echt indruk maakt op toekomstige opdrachtgevers? Zoals je misschien wel kunt raden, is het maken van ‘mooie’ dingen niet de enige bijdrage aan de indruk die je portfolio achterlaat. Je portfolio moet er ook goed en verzorgd uit zien. “Dus zonder spelfouten”, zegt Harald Dunnink van designagentschap Momkai (www.momkai.nl). Duizelt het je al en weet je niet precies waar je moet beginnen? Lees dan snel verder, zodat je aan het eind van dit artikel precies weet hoe het wél moet.

Inhoud
Voordat je nadenkt over hoe je je portfolio de wereld in wilt sturen, is het slim om eerst te bedenken wat je precies de wereld in wilt sturen. “Bij het samenstellen van je portfolio is het erg belangrijk om te kijken hoe je jezelf wilt profileren. Dit kun je doen door de aandacht te vestigen op de projecten die het meest bij jou passen of waarvan je er graag meer zou willen doen. Ook diversiteit is belangrijk om de breedte van je disciplines aan te geven”, zegt Dunnink.

Het is dus heel belangrijk om de potentiële klanten je kennis, kwaliteiten en stijl te laten zien. “Maar”, zegt Dijkshoorn “leg de lat niet te hoog, want hetgeen je promoot, moet je ook waar kunnen maken!”. Dat is natuurlijk niet het enige, want de toon van je portfoliois minstens zo belangrijk. Heb je wat duister en donker werk, zorg dan dat je portfolio daarbij aansluit. Op deze manier haal je het beste uit je werk. Kijk ook naar de potentiële werkgever die het portfolio ontvangt. Het is belangrijk dat je kijkt of jouw werk aansluit bij de stijl van de werkgever. “Op mijn zeventiende ben ik geweigerd bij de Kunstacademie, omdat mijn portfolio op dat moment alleen bestond uit leuke poppetjes en wat op school gemaakte illustraties”, verduidelijkt Nagtegaal. “Probeer daarom vooraf te weten te komen waar de opdrachtgever behoefte aan heeft en laat de werken die minder relevant zijn weg”.

“Stop ook alleen werk in je portfolio waarover je met passie en enthousiasme kunt vertellen”, zegt Nagtegaal. “Met je mond vol tanden staan, als je wordt gevraagd om over dat ene werk iets meer te vertellen, maakt geen goede indruk. En ook een opmerking als ‘het werk spreekt voor zich’, is een duidelijk gemiste kans.”

Ook oud werk
Maar niet alleen nieuw werk hoort in je portfolio, ook oud werk kan een verrijking zijn. “Ik heb al vaak horen zeggen dat je ‘als ontwerper zo goed bent als je laatste werk’ en in zekere zin is dat ook zo. Nieuw werk zegt méér dan oud werk iets over de maker”, vindt Nagtegaal. “Maar oud werk zegt wel iets over de vooruitgang die je in de tussentijd hebt geboekt. Is er bij het meest recente werk een duidelijk betere kwaliteit te zien in vergelijking met werk van drie jaar geleden? Dan kunnne ze mooie dingen van je verwachten in de toekomst. Omstandigheden zoals een weinig stimulerende werkomgeving of vervelende klanten kunnen recent werk nadelig beïnvloeden. Oud werk bewijst dan dat er wel potentie is.”

Aan de andere kant kan oud werk ook het tegenovergestelde effect bereiken, meent Dunnink: “Teveel oud werk in je portfolio kan ook de indruk wekken dat je de laatste tijd minder te doen had.”

Natuurlijk is het overbodig om te zeggen, maar let ook goed op de afwerking, zoals paginanummers, kleine details en spelling. “Afwerking is wellicht één van de belangrijkste ingrediënten voor je portfolio. Als je werk prima is, maar je het slordig presenteert, kijken mensen minder goed naar je werk. Daarnaast is een brede selectie dus een pré. Dit wil overigens niet zeggen dat je je portfolio eindeloos moet aanvullen. Maak je selectie duidelijk en behapbaar”, aldus Dunnink.

De voordelen van een gedrukt portfolio
Ondanks het digitale tijdperk zijn er nog steeds veel mensen die gebruik maken van een gedrukt portfolio. Je kunt daarbij immers materialen gebruiken die je niet hebt met een digitaal portfolio. “Bijzondere materialen zoals een glimmende voorkant, luxe papiersoorten en speciale druktechnieken kunnen een extra tastbare dimensie aan je portfolio geven. Het is te vergelijken met promotioneel drukwerk zoals een folder of visitekaartjes”, aldus Nagtegaal.

Met de afdruktechnieken van tegenwoordig kun je het zo gek niet bedenken of het kan. Zelfs op papier kun je dus een dynamisch portfolio samenstellen, maar let er wel op dat je portfolio een geheel blijft. “Alles moet in één oogopslag duidelijk zijn én het moet er strak uitzien. Maak het daarom ook niet té dynamisch, want dan verliest het zijn samenhang”, aldus Dijkshoorn.

Size does matter
Nagtegaal heeft hier een hele eigen mening over: “Je portfolio letterlijk dynamisch maken, lijkt me vrij lastig. Het is makkelijker om te voorkomen dat je portfolio té statisch wordt. Veel van hetzelfde geeft in ieder geval géén dynamiek.” Daarnaast is hij van mening dat grootte en vorm gebonden zijn aan praktische zaken “Size does matter. Binnenlopen met een wandkleed onder je arm is wel onderscheidend, maar niet erg praktisch. Ik denk dat het omslaan van een A2-formaat vel nog nét praktisch is. Maar als iemand met een zakformaat boekje komt aanlopen, zou ik me wel afvragen of ik niet in de maling wordt genomen.”

“De vorm moet het gepresenteerde werk versterken, en niet afleiden”, legt Nagtegaal uit. “Het gepresenteerde werk is het allerbelangrijkste, de rest is slechts bijzaak. Kunst in een museum krijgt toch ook alle ruimte? Jouw werk is kunst, presenteer het dus ook zo. Ik heb ooit iemand op een sollicitatie zien verschijnen met een opgerold vel papier, zijn portfolio, onder z’n arm. Onnodig om te zeggen dat als iemand met zoveel minpunten aan de sollicitatie begint, dat deze al bij voorbaat een verloren zaak is. Zelfgeknutselde portfolio’s zijn misschien creatief, maar niet erg professioneel.”

Toch maakt lang niet iedereen nog gedrukte portfolio’s. Momkai ziet daar bijvoorbeeld helemaal vanaf. “Wij focussen ons vooral op het web en een site komt simpelweg niet goed tot z’n recht op gedrukte media. Wel gebruiken we print-outs tijdens presentaties, ter ondersteuning. Denk hierbij aan huisstijlelementen en technische overzichten zoals flowcharts”, aldus Dunnink.

Ga digitaal
Over het nut van een digitaal portfolio roepen alle drie designers volmondig: ‘Doen!’. Nagtegaal: “Zonder digitaal portfolio laat je kansen, om jezelf en je werk te promoten, liggen!”.

“Het is te allen tijde voor iedereen wereldwijd opvraagbaar, het kan niet beschadigd of kwijt raken en het is voor de gebruiker makkelijker op te nemen in zijn dagelijkse workflow, bijvoorbeeld tijdens het checken van de e-mail”, legt Dunnink uit. Dijkshoorn vult aan: “Mensen over de hele wereld zien je digitale portfolio, waardoor je een bredere klantenkring creëert. Je website kun je altijd updaten of veranderen, nieuwe items zijn snel toegevoegd, en het is goedkoper.”

Heb je nog geen website, dan kun je natuurlijk ook je portfolio op een dvd branden of je presentatie meenemen op een USB-stick, maar Nagtegaal meent dat het dan nog maar een kleine stap is om daar alsnog een website van te maken. Ook als je filmpjes maakt of feedback van een breed publiek zoekt, is een digitaal portfolio geschikter dan een gedrukt portfolio.

Daarnaast wordt internet steeds belangrijker. Steeds meer mensen beschikken over een snelle verbinding en de meeste communicatie verloopt via het net. “Hier wordt je het snelst gevonden” zegt Dijkshoorn. “Alle informatie op jouw website kan gevonden worden met behulp van sleutelwoorden en zoekmachines”. Ook Dunnink onderschrijft het belang van een goede portfoliowebsite: “Onze websites is voor ons van cruciaal belang. Als je gespecialiseerd bent in interactiviteit dan moet je dat ook kunnen laten zien.”

Je kunt dus ook zelfgemaakte filmpjes op je website plaatsen of een showreel toevoegen. “Het toevoegen van muziek is minder geschikt, tenzij het een onderdeel is van een bepaald project”, vindt Dunnink. Nagtegaal vult aan: “Als je de kans krijgt om dergelijke ‘rich content’ toe te voegen, zou ik het zeker doen. Belangrijk is wel dat het iets toevoegt aan de beleving van je werk en vooral niet teveel afleidt. Het draait om het werk, de inhoud en minder om de ‘verpakking’.”

Opvallen in de massa
Maar juist omdat iedereen tegenwoordig online is, ziet men door de bomen het bos niet meer. Het wordt moeilijker voor opdrachtgevers om potentiële werknemers te vinden en hoe zorg je nou dat ze jou vinden?
“Door inhoudelijk sterk werk neer te zetten”, denkt Dunnink. “Door je werk overzichtelijk te maken, met veel ruimte om het werk heen, zodat de focus echt op dat werk komt te liggen. Daarnaast moet je werk zelf sterk zijn. In een goed portfolio komt de kwaliteit van het werk zo goed mogelijk uit de verf en daar pas je de lay-out op aan. Maak je weinig prikkelend werk, dan moet je dat niet verwerken in een flitsend portfolio.” Volgens Dijkshoorn kun je er het beste je eigen unieke stijl en creativiteit in verwerken. “Dan ben je net even anders dan anderen”.

Duidelijke interface ontbreekt nogal eens
Maar het belangrijkste is natuurlijk de interface, want daar staat of valt alles mee. “Ik heb portfolio’s gezien van gerenommeerde designbedrijven waar door onduidelijke navigatie niet doorheen te komen was. Ook te kleine afbeeldingen en bijvoorbeeld geen of te weinig tekstuele toelichting op het werk, zijn gemiste kansen.” Daarom is uitleg volgens hem ook zo belangrijk, want op die manier kun je uitleggen waarom je als designer bepaalde keuzes hebt gemaakt.

Flickr
Niet iedereen heeft de mogelijkheid om zijn of haar portfolio naar eigen wens te vormen. Op Flickr is een hoop mooi werk te vinden, maar de interface is voor iedereen hetzelfde. Dan blijft alleen de kwaliteit over om je te onderscheiden en dat is ook precies de bedoeling van Flickr. De boodschap is dan ook:  houd je website simpel. “Houd alles het liefst zo neutraal mogelijk. Laat je werk voor zich spreken en verval niet teveel in aankleding om het werk heen.  Hoe meer er te zien is naast je werk, hoe meer ruis er is voor de gebruiker”, aldus Dunnink.

Daarnaast is het slim om de kunst van andere websites af te kijken. “Kijk goed naar andere portfolio websites. Wat staat daar op? Wat is relevant? Wat is zinloos? Vind je gelijk wat je wilt vinden, wat maakt die site zo speciaal? Creëer op die manier met je eigen stijl een unieke, waardevolle website”, tipt Dijkshoorn.

Bedenk echter wel dat extremen de meeste mensen niet aanspreken. “Klanten gaan je meestal niet benaderen voor werk waarvan je niet hebt aangetoond dat je het kan maken”, meent Nagtegaal. “Heb je een duister portfolio? Dan zullen nieuwe klanten die dat mooi vinden, jou benaderen voor duister werk. Heb je alleen maar lieve, vrolijke poppetjes? Dan zullen klanten denken dat je daar goed in bent en je waarschijnlijk geen ander werk aanbieden. Daarom kijk ik bij andere designers vooral ook naar het eigen werk, de experimenten. Werk dat zonder zeurende klanten, duidelijke briefing en strakke deadlines is gemaakt, vertelt vaak meer over de ontwerper dan het werk gemaakt in opdracht of voor een werkgever.”

Je portfolio de wereld in
En dan is het zover, je portfolio is af en klaar om de wijde wereld in te gaan. Wat nu? Dat hangt natuurlijk helemaal af van het soort portfolio en hoe je het de wereld instuurt. Bij een gedrukt portfolio is het een goed idee om je werk persoonlijk langs te brengen. “Interesse tonen in een bedrijf of winkel, inspelen op de klant en dan je eigen werk promoten”, zegt Dijkshoorn.

Nagtegaal is het hier mee eens en vindt dat je je in de opdrachtgever moet verplaatsen. “Stel dat jij iemand zou moeten inschatten op inzetbaarheid voor een bepaalde klus. Zou je dan genoegen nemen met een brief en portfolio die niet terugpraten? Of zou je het waarderen om even kort de potentiële kandidaat in de ogen te kijken, de hand te schudden en een algehele indruk te krijgen?” vraagt hij. “Ter illustratie: ik heb veel projecten moeizaam en met communicatieproblemen zien verlopen doordat de klant en opdrachtnemer elkaar niet of te weinig in levende lijve ontmoetten.” Daarom vindt hij dat wanneer er gevraagd wordt om je portfolio te tonen je initiatief en persoonlijkheid moet tonen door voor te stellen om het persoonlijk langs te brengen. “De klant krijgt dan altijd een betere indruk dan via e-mail, postbode of koerier.”

Voor een digitaal portfolio ligt dat net even anders. Dan kun je het beste een e-mail sturen die je afstemt op het bedrijf. “Gebruik niet teveel tekst en vertel kort en krachtig wie je bent, wat je doet en wat je voor het bedrijf kunt betekenen”, adviseert Dijkshoorn.

Elevator Pitch
“In het Engels hebben ze daar een mooie term voor; een zgn ‘Elevator Pitch’”, zegt Nagtegaal. “Stel, je staat met een potentiële klant in de lift. Het is een groot kantoorgebouw en je hebt dertig seconden om iets over jezelf en je werk te vertellen voordat de liftdeuren weer opengaan. Wat vertel je dan?”
Tot besluit zegt Dijkshoorn: “Speel in op hun interesses, kijk naar het bedrijf en probeer daarmee de interesse van de klanten te wekken.” Dunnink voegt hier als een laatste tip nog aan toe: “En let op spelfouten!”.

3 reacties | Reageer

3 reacties

  1. Op 11 mei, 2009 om 15:09 u., schreef Hans:

    Goed bezig, Migiw!

    Designia ziet er erg goed en overzichtelijk uit. Heeft zeker de Wow-factor!

    Ook het interview in het Advanced Photoshop magazine is natuurlijk erg gaaf.

  2. Op 14 mei, 2009 om 15:09 u., schreef toni massaar:

    Supervet! Is wel heel erg cool hoor! ik gaat m vandeweek even kopen en je moet ‘em zeker ff signeren! :)

    Spreek je snel.
    Groet, Toni

  3. Op 14 mei, 2009 om 15:09 u., schreef Michiel Nagtegaal:

    Thanks!

Plaats een reactie

Met een * gemarkeerde invoervelden zijn nodig voor een goede verwerking

http://